Wandelroute 19. Zwaagwesteinde - Buitenpost

Afstand: 9.8 km
Duur: ± 2 uur
Ondergrond: De route bestaat bijna geheel uit verharde wegen en paden; 700 meter route is over een onverhard zandpad.
Honden: Op openbaar terrein zijn honden toegestaan.
Geopend: januari t/m december
Streekverhalen: open pagina
Kaart: geen kaart beschikbaar
Gps: geen gps route beschikbaar
printen: printversie

Begin- en eindpunt
De route start op de Noorderstationsstraat bij de Lidl. U loopt langs de Lidl in oostelijke richting langs het spoor. Op het einde van de weg gaat u linksaf over een fietspad in noordelijke richting. Op het einde van het fietspad rechtsaf, rechts aanhouden tot u weer bij het spoor komt. U volgt het spoor tot Kollumerzwaag. Via Zandbulten/Kollumerzwaag komt u via een fietspad langs De Zwadde in de bossen van Fogelsanghstate. De bewegwijzering van de route stopt bij het fietspad. U kunt het fietspad volgen in de richting van Buitenpost. Volg de bebording naar Buitenpost. In Buitenpost loopt u via De Kruidhof naar het station, hier eindigt de route.

Vanaf het station in Buitenpost loopt u naar De Kruidhof, vanaf daar door de woonwijk naar de hoofdstraat (N355). Op de N355 rechtsaf. Buiten het dorp rechtsaf, Egypte volgen over het spoor en onder de N358 door. Direct na het viaduct rechtsaf, na 200 meter het fietspad linksaf. U volgt het fietspad door de bossen van Fogelsanghstate naar Kollumerzwaag. Vanaf Zandbulten/Kollumerzwaag volgt u het spoor richting Zwaagwesteinde.

Zwaagwesteinde

U begint uw wandeling in Zwaagwesteinde. De bewoners van dit dorp hadden in Friesland lange tijd de naam ruig volk te zijn. In vertellingen over zijn jeugd in en rond Veenwouden in het begin van de 20ste eeuw noemt Theun de Vries het dorp 'De Zwarte Kuil', vanwege de reputatie van diepe armoede, brutale marskramers en messentrekkers. In ‘Negotie’ beschrijft Wilt Tjaarda (de semi autobiografische hoofdpersoon van De Vries) zijn angst voor De Zwarte Kuil en zijn inwoners. ‘Ik had de kuil nooit gezien, maar de mensen kende ik, zij kwamen uit de plaggenhutten en aardkrotten waarin zij huisden – zo had men mij verteld – langs de deuren met zelfgemaakte boenders en handschrobben en alle soorten koopwaar.’

Een plaggenhut, of spitkeet zoals de woning in Friesland wordt genoemd, moest volgens oud gebruik in één nacht worden gebouwd. De schoorsteen moest ’s ochtends roken, anders had de eigenaar van het land waarop de hut verrees het recht deze weer af te breken. Vaak werd een hut daarom ‘prefab’ gemaakt en in de omgeving verstopt. ’s Nachts werd er dan met man en macht gewerkt om de spitkeet ’s ochtends af te hebben. Een plaggenhut mat vaak niet meer dan 10 vierkante meter en telde maar één vertrek. Hierin woonden grote gezinnen. Echtparen met tien, twaalf kinderen waren geen uitzondering. In de jeugdjaren van De Vries kwam er enige verbetering in de erbarmelijke leefomstandigheden van de bewoners van de plaggenhutten dankzij de eerste Woningwet die in 1902 in werking trad. De wet ontstond uit piëteit en sociale overwegingen. Maar ook angst voor epidemieën speelde een rol. Niet ten onrechte, want privaten werden meestal door meerdere gezinnen gebruikt en vuil water werd via open goten en slootjes afgevoerd.

De Woningwet moest ervoor zorgen dat nieuw te bouwen woningen aan een minimaal aantal bouwkundige eisen voldeden. De wet verbood het bouwen zonder bouwvergunning en die kon alleen worden verkregen wanneer werd voldaan aan de gemeentelijke bouwverordeningen. Gemeenten kregen de mogelijkheid woningen onbewoonbaar te verklaren. Met de inwerkingtreding van de wet ging het rijk ook leningen verstrekken om de bouw van woningwetwoningen te financieren. Aan de Tolweg in Zwaagwesteinde, ten zuiden van het station, vindt u nog twee van de vroegste woningwetwoningen.

Fogelsanghstate
U vervolgt uw route over de Zwadde en passeert onder meer Zandbulten. Dit streekdorp heeft geen officiële dorpsstatus. Vroeger behoorde het tot Westergeest, maar tegenwoordig valt het onder Kollumerzwaag. Evenals Westergeest ontstond Zandbulten vanaf de 18de eeuw op de ontgonnen heide. De bebouwing concentreerde zich op een splitsing van paden: de huidige Achterwei, Hanenburch en het Wyldpaed. De aanleg van de spoorlijn Groningen – Leeuwarden sneed dit laatste pad in tweeën.

Voorbij Zandbulten komt u langs de achterzijde van het park van Fogelsanghstate in Veenklooster. Deze state verrees op de locatie van het voormalige vrouwenklooster de Olijfberg. Wanneer dit klooster is gesticht, is niet bekend. Wel is bekend dat het zeer te lijden heeft gehad van de stormvloed in de Sint Barbaranacht (14 december 1287), waarbij de dijken van de Lauwerszee doorbraken. Het dochterklooster van het klooster in Dokkum begon als dubbelklooster. Na enige tijd werd dat echter niet meer gepast gevonden en verhuisden de monniken naar het Monckehuys onder Westergeest. De verbinding tussen beide kloosters, de Mûntsewei, bestaat nog steeds. Vanaf het moment dat het Monckehuys  is gesticht, verblijven op De Olijfberg nog slechts adellijke jonkvrouwen. In 1480 komt het klooster in opspraak als de proost, Heer Egbert, vijf jonkvrouwen uit het Groningse klooster Cuesmar rooft, die hij niet goedschiks terugbrengt. De Olijfberg deelde het lot van alle Friese kloosters. In 1580 vervielen de goederen aan de provincie.


(Veenklooaster - Fogelsanghstate, foto: Meindert van Dijk)

De Staten van Friesland verkochten het voormalige klooster in 1644 aan Sjouck van Fogelsangh, de weduwe van Jacob Pybes van Doma. Na haar dood in 1652 kwam de state in handen van haar twee zonen: Dirck die zich naar zijn moeder noemde en Pibo die de naam van zijn vader aanhield. Na Dircks dood in 1663 verkochten zijn erven hun aandeel in Fogelsanghstate. Pibo van Doma was het daar niet mee eens en vocht de verkoop aan. In 1666 werd hij eigenaar van het geheel ‘der zathe, state en landen Veenklooster’. In de uitspraak is sprake van ‘nieuwe huizing’. Dit zou erop kunnen wijzen dat hij niet meer het hoofdgebouw van de voormalige kloostergebouwen bewoonde, maar zeker is dit niet. Uit tekeningen blijkt wel dat het huis, of althans de buitenzijde, tussen 1723 en 1734 nieuw is gebouwd, waarbij het het aanzien kreeg dat het nu in grote trekken nog heeft. In 1873 is de voorgevel nog wel gemoderniseerd en gepleisterd, ter ere van een bezoek van Willem III, die de lunch in de state gebruikte. De laan achter het huis werd voor deze gelegenheid verhard en kreeg de naam Koningsweg.


(Pibo van Doma)

Buitenpost
Buitenpost is getekend door de strategische ligging van het dorp, tussen Leeuwarden en Groningen. Het dorp heeft veel te lijden gehad van de vroegere strijd tussen de Friezen en de Groningers. Maar het dankt ook veel aan zijn positie tussen de twee provinciehoofdsteden. Op 30 mei 1866 werd de spoorlijn Groningen – Leeuwarden voor het eerst gebruikt. De trein reed door naar Harlingen en had een aansluiting op de boot naar Amsterdam. De reis kon vier maal per dag worden gemaakt. De treinreis duurde tweeënhalf uur. Amsterdam was daarmee in tien uur bereikbaar geworden, een snelle verbinding die Groningen uit zijn isolement haalde. In Buitenpost werd de omgeving van het station een geliefde locatie van de gegoede burgerij die er vanaf het einde van de 19de eeuw prachtige notabele woningen liet bouwen.

De Kruidhof
In 1930 kreeg Buitenpost een botanische tuin. In eerste instantie was De Kruidhof een proeftuin voor groenten en fruit, maar het accent verschuift steeds meer naar het kweken van kruiden. De Rijksuniversiteit Groningen liet er vanaf de jaren vijftig onderzoek verrichten naar de geneeskrachtige werking van planten. Tegenwoordig telt de Kruidenhof 17 thematuinen, waaronder een middeleeuwse kloostertuin, een tuin met oude cultuurgewassen, een beerenburgborder (waarin bijna alle kruiden uit deze typische Friese kruidenbitter te vinden zijn), een heemtuin en een tuin met bijbelse plantencollectie die uitsluitend soorten bevat die in de Bijbel worden genoemd.

pagina 1

terug naar overzicht