Wandelroute 26. Veenwouden Burdaard

Afstand: 20 km
Duur: 4 uur
Ondergrond: Twee kilometer van de route bestaat uit onverharde paden in het bos, met de namen Griekenland en Turkije. km
Honden: Op openbaar terrein zijn honden toegestaan
Geopend: januari t/m december

Bijzondere historische info
Veenwouden, gelegen in de Noordelijke Wouden, is ontstaan uit een fusie van twee parochies: Eslawald en St. Johanneswald. De meervoudsvorm ‘wouden’ verwijst hiernaar. Evenals Damwoude en Rypsjerk 'wandelde' Veenwouden in vroeger tijden. Verlaten kerkhoven zijn hiervan de stille getuigen. De dorpen schoven op doordat bewoners steeds in de buurt van goed bouw- en weiland wilden wonen en droge voeten wilden houden. Door de voortschrijdende ontginning van de veengebieden moesten ze daarvoor steeds verkassen.

Landschapskarakteristiek
Als u wandelt van Veenwouden naar Burdaard, ziet u verschillende landschapsbeelden. Nabij Veenwouden, Roodkerk en Mûnein ziet u de kenmerken van de noordelijke Friese Wouden. Het noorderlijk gelegen Burdaard is een terp- en waterdorp. Bij Veenwouden heeft het veen en het afgraven daarvan een grote rol gespeeld in de vorming van dit en naastgelegen dorpen. Burdaard had verschillende terpen om droge voeten te houden en om de mensen en dieren te beschermen tegen het zeewater.

Begin- en eindpunt
De route begint bij het knooppuntbord op de Kuikhorneweg ten westen van het buurtschap Kuikhorne. Vanaf dit punt wandelt u naar en door Veenwouden. Via het Ottema-wiersma reservaat wandelt u naar het dorpje Roodkerk. Vanuit Roodkerk leidt de route u door het dorpje Molenend en bovenlangs Oudkerk, over mooie landelijke wegen naar het eindpunt in het dorp Burdaard.

Veenwouden
Veenwouden bezit de enige overgebleven stinstoren in Friesland, de Schierstins. De dertiende-eeuwse Schierstins is een verdedigbare toren met enkele uitbouwen. De naam van de Schierstins verwijst naar de monniken, die in grijze (Fries: Skier) gewaden gekleed gingen. Sinds 1439 draagt de Schierstins deze naam, daarvoor werd de toren het ‘Idszengha goed’ genoemd. De toren staat op een omgracht terrein, maar de toren zelf heeft nooit in het water gestaan, dit is gebleken uit opgravingen in 1961. De veenmeester, de hofmeester van het klooster Klaarkamp, zetelde zich op de Schierstins te Veenwouden.


(Schierstins)

Roodkerk

Op weg naar het dorpje Roodkerk passeert u het Ottema-Wiersmareservaat met een uitzichtspunt over het natuurgebied de Sippenfennen. Het natuurreservaat, dat naar de voormalige eigenaren is genoemd, is ontstaan na de veenafgravingen. Plassen, poelen, rietvelden en natte hooilanden zijn overgebleven. De heren Ottema en Wiersma wilden dit zeldzame natuurgebied bewaren voor het nageslacht. Er zijn bijzondere planten, vossen, reeën en diverse soorten roofvogels te vinden. De visotter is helaas verdwenen. Naast het informatiebord staat een uitkijktoren, die schitterend zicht biedt over het prachtige natuurgebied.

Roodkerk is ontstaan uit de buurtschap 'De Weerburen', het landhuis 'De Healbird', en de boerderij 'De Seijewier'. In vroegere tijden stond in Roodkerk een State, de 'Siccama State'. De state is voor 1700 gesloopt. Roodkerk is een streekdorp van voornamelijk verspreide bebouwing in de gemeente Dantumadeel. Bij de kerk ligt de oude kern van het dorp. In de buurt Healbird staat een 18de eeuwse kop-hals-rompboerderij. De dorpstructuur van ‘een dorpje met eene kerk zonder toren, ligend aan ’t water de Zwarte Broek en loop westwaard tot de Trynwouden in de gemeente Tietjerksteradeiel, met zyne bouwlanden, in welke zyn buurtjes Healbird, de Syewier aan de Mork en wat nader by de Weebuuren’, uit de 18de eeuw is nu nog te herkennen. In 1926 zijn de veengebieden bij Roodkerk pas in cultuur gebracht.

Molenend
Molenend was in 1953 wereldnieuws door de geboorte van een Siamese tweeling. Mûnein is een streekdorp dat sinds 1948 de status van zelfstandig dorp heeft; daarvoor hoorde dit dorpje bij Oentsjerk. Mûnein is een dorpje dat aan verschillende wegen en paden ingetogen bebouwing met enkele flinke boerderijen en een soort dorpskom heeft. Het dorp heeft zijn naam te danken aan een molen, die oostelijk van de dorpsplek stond.


(de Siamese tweeling van Molenend)

Burdaard
U komt Burdaard binnen in het deel van het dorp dat eerst Wanswerd aan de Streek genoemd werd. Wanswerd aan de streek was een van de gemeenschappen die gevormd werd los van het oude boerendorp. Birdaard/Burdaard wordt gebruikt als benaming voor het dorp dat ligt op de overgang tussen het Friese kleigebied en de Dokkumer Wouden. De betekenis van de naam zou herleid kunnen worden tot 'de w(i)ert of terp aan de rand van het water' (namelijk de Dokkumer Ee).

Burdaard was oorspronkelijk een terpdorp. Het ligt zijdelings aan de Dokkumer Ee. In 13de eeuw werd een nieuw kanaalvak, de Dokkumer Ee gegraven tussen de dorpen Tergracht en Birdaard, die verbond de Noorder en de Zuider Ee. Een groot gedeelte van Oostergo waterde af via de Eeën. In de buurt van het dorp Wanswerd ontsprongen beiden riviertjes.

Bij Burdaard en dorpen als Anjum, Foudgum en Lichtaarde vonden zoutactiviteiten plaats. In Noordoost-Friesland lag tot enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling een groot veenpakket. Vanaf circa 300 voor Christus werd dit door de zee overspoeld en overdekt met een laag klipklei. De geulen die ontstonden bij een doorbraak van de kustlijn, bevatten het grofste bezinksel en vormen nu de verhogingen in het landschap. Het met klei overdekte veenpakket raakte overspoeld met zout water. De aanwezigheid ervan leidde in de oudheid en vroege middeleeuwen tot omvangrijke veengraverijen. Men zuiverde de zoute as of ‘zelas’, die men overhield na verbranding van het veen en verkreeg zo het voor conservering en smaak onmisbare zout. Dit werd ook bij Burdaard gedaan.

De eerste bewoners probeerden, in een omgeving die nog regelmatig onder water liep, hun heil te zoeken op de daartoe opgeworpen hoogtes. Burdaard kende binnen een straal van twee kilometer een vijftal terpen. Tegenwoordig zijn er nog slechts twee zichtbaar in het landschap: de dorpsterp met daarop de Hervormde kerk en de Doniaterp aan de weg naar Wânswert.

Groot-Wytsma
Op de dorpsterp bevindt zich ook nog een boerderij met de naam 'Groot-Wytsma'. Deze naam verwijst naar de adellijke state van de Wytsma’s die hier gestaan heeft. Andere states in Burdaard waren Bourboomstate en Stijlsma-state zuidwestelijk van het dorp.
Na de aanleg van de trekweg tussen Dokkum en Leeuwarden en het slatten van de Dokkumer Ee, nam het verkeer over water tussen de beide steden aanzienlijk toe. Hierdoor gingen de Burdaarders zich meer langs de Dokkumer Ee vestigen, onder meer om handel te kunnen drijven met passerende scheepslieden.

Ter hoogte van de huidige brug in het dorp bevond zich een doorwaadbare plaats (in het Fries: furde). Er ontstond een knooppunt van enerzijds het verkeer over de Ee en anderzijds de reizigers die op en neer trokken tussen het kleigebied en de Wouden. Het werd een pleisterplaats waar passerende reizigers zich maar liefst in een drietal herbergen konden verpozen. Op de plaats van het huidige café-restaurant ‘t Hoekje bevond zich Het Posthuis en aan de andere zijde van de weg een herberg uit 1830 met een bovenverdieping. Hierin kwam later de plaatselijke afdeling van de Nederlandse Protestantenbond. Het is nog altijd één van de oudste gebouwen in het dorp en het staat in de volksmond bekend als De Bond. Aan de overzijde van het water bevond zich de oudste herberg. De eigenaar hiervan, Simen Jansz., kreeg na het slatten van de Ee toestemming om in 1777 een brug over het water aan te leggen. Latere eigenaren van de herberg en de brug was de familie Steenhuisen. De huidige nieuwe ophaalbrug, die op 18 juni 1976 werd geopend, heet daarom nog steeds Steenhuisenbrug. Twee jaar eerder (december 1974) is de brug in de nieuwe rondweg oostelijk van het dorp in gebruik gesteld.

Stania State en De Klinze
U passeert tijdens het wandelen twee states: Stania State, dat tussen Oenkerk en Oudkerk ligt, en De Klinze in Oudkerk. In een deel van het historische gebouw Stania State is nu een brasserie en theeschenkerij gevestigd. Op de Schotanus-kaart van de gemeente Tytjerksteradiel uit 1664 wordt Stania State aangemerkt als een vernietigde edele state. Waarschijnlijk stond op deze plek een 16de eeuwse state, omringd door een gracht. De vermoedelijke stichters van de state zijn Jeppe van Stania en zijn vrouw Margaretha van Heemstra. In 1850 stierven de Stania’s en vererfde de familie de state. Het landgoed werd een aantal keer verkocht en brandde deels af. Het nu nog aanwezige huis werd door Theo Looxma in 1843 gebouwd. De schoonzoon van deze man kreeg het huis later in eigendom en betrok het landgoed in de zomer. Sinds 1977 heeft de gemeente de state in bezit.

De Klinze is de oorspronkelijke Friese State uit 1655, idyllisch gelegen in het dorpje Oudkerk. Het pand is in 1986 teruggebracht in zijn oorspronkelijke, elegante staat. Landgoed De Klinze is tegenwoordig een schitterende symbiose van historie, cultuur en eigentijdse luxe, gebaseerd op innerlijk welbehagen. De state dient nu als hotel met allerlei faciliteiten als een Turks stoompad, sauna en binnenzwembad.