Wandelroute 17. Fogelsanghstate

Afstand: 5,6 km
Duur: 1 uur
Ondergrond: De hele route bestaat uit verharde wegen. km
Honden: Op openbaar terrein zijn honden toegestaan.
Geopend: januari t/m december

Bijzondere historische informatie
U begint uw wandeling in Oudwoude, op de grens van de Friese klei en de wouden. Het dorp kent, zoals de naam al doet vermoeden, een lange geschiedenis. De naam komt, als Olte-Wolde, al in 1443 in geschriften voor. De oude Allemastate aan de rand van het dorp, die rond 1700 is omgebouwd tot boerderij, is waarschijnlijk nog ouder. Het voorhuis van de boerderij is een van de weinige overgebleven zaalstinzen in Friesland.

Vanuit Oudwoude loopt u richting Fogelsanghstate bij het brinkdorp Veenklooster. Deze state verrees op de locatie van het voormalige vrouwenklooster de Olijfberg. In 1580 vervielen de goederen van dit klooster aan de provincie. De Staten verkochten het klooster in 1644 aan Sjouck van Fogelsangh. Uit tekeningen blijkt dat het huis, of althans de buitenzijde, tussen 1723 en 1734 nieuw is gebouwd. Hierbij kreeg de state in grote lijnen het aanzien dat het nu nog heeft. Wel werd in 1873, ter ere van het bezoek van koning Willem III, de voorgevel nog gemoderniseerd.

Uw wandeling eindigt in Zandbulten, dat tegenwoordig deel uit maakt van Kollumerzwaag. Vroeger behoorde het tot Westergeest. Het streekdorp ontstond in de 18de eeuw op de ontgonnen heide. De bebouwing concentreerde zich op een splitsing van paden: de huidige Achterwei, de Hanenburch en het Wyldpaed. De aanleg van de spoorlijn Groningen – Leeuwarden, waarover op 30 mei 1866 de eerste trein reed, sneed dit laatste pad in tweeën. 

Landschapskarakteristiek
De route begint nog net in het open kleilandschap, maar al snel bevindt u zich in de geslotenheid van coulisselandschap van de wouden. U wandelt langs de kenmerkende houtwallen en elzensingels. Ook komt u onderweg een aantal pingo's tegen. Deze poelen ontstonden aan het eind van de ijstijd door het smeltende ijs. Van grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde is het park van Fogelsanghstate, ontworpen door Lucas Pieters Roodbaard. Het is één van de grootste parkbossen van Friesland.

Begin- en eindpunt

Uw wandeling begint in Oudwoude, op de kruising van de Jan Binneswei en de Boskreed. Over de Boskreed loopt u in de richting van de Lauwersmeerweg. Bij de Feartsichtwei slaat u rechtsaf. U loopt nu langs de Lauwersmeerweg, die u ter hoogte van de Van Limburg Stirumweg kruist, om uw wandeling vervolgens weer parallel aan de Lauwersmeerweg te vervolgen. Voorbij de Stroobosser Trekvaart, slaat u rechtsaf de Fogelsanghloane in. Aan het eind van deze laan gaat u rechtsaf de Keningswei op. Deze volgt u tot aan de Muntsewei. Hier slaat u linksaf de Cecillaloane in, richting Veenklooster. Voorbij Veenklooster gaat deze over in de Hanenburch die u naar het eindpunt in Zandbulten (Kollumerzwaag) voert.

Allemastate
U verlaat Wygeast via de Boskreed. Ten noorden van dit pad loopt de Allemawei, met daaraan een zeer oude boerderij, met het oudste voorhuis van Friesland. Dit voorhuis is een restant van de Allemastate, één van de weinige bewaard gebleven zaalstinzen. De state is mogelijk gebouwd in de roerige veertiende eeuw. Schriftelijk bewijs hiervan ontbreekt, maar het gebouw zelf biedt wel aanwijzingen. Omstreeks 1500 is de stins herbouwd met kloostermoppen. De 75 centimeter dikke oude noordmuur is daarbij gespaard. Hierin zitten sporen van een deur en van een sleuf, die mogelijk als schietsleuf heeft dienst gedaan. De state is waarschijnlijk omstreeks 1700 in een boerderij veranderd.

Kollumerverlaat
Wanneer u de Boskreed achter u heeft gelaten, loopt u parallel aan de N358 richting Kollumerverlaat. Hier kruist u de Stroobosser Trekvaart. De naam verwijst naar het verlaat (sluis) dat op deze plaats in de trekvaart heeft gezeten. Dit verlaat verloor zijn functie met de aanleg van de Dokkumer Nieuwe Zijlen. Na Kollumerverlaat slaat u af om uw route te vervolgen over de Fogelsanghloane. Aan het einde hiervan komt u uit op de Keningswei. Deze dankt zijn naam aan het bezoek dat koning Willem III in 1873 aan Fogelsanghstate bracht. De koning lunchte in de state. Ter ere van de hoge gast werd de voorgevel van het veel verbouwde buitenhuis gemoderniseerd en gepleisterd, waarmee het de aanblik kreeg die het tot op de dag van vandaag heeft. De state is tegenwoordig een museum.



Roodbaard
Rondom en achter Fogelsanghstate ligt een van de meest uitgestrekte parken van Friesland. In de 18de eeuw had het een barokaanleg. Eind eerste helft van de 19de eeuw gaf de bekende Nederlandse tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard het in een aantal fasen zijn huidige bosachtige karakter. Het park biedt veel verrassingen, als driewegbruggetjes, een ijskelder, een kluizenarij, een zeer hoge heuvel met een grote theekoepel en een ruim hertenkamp.

Lucas Pieters Roodbaard (1782 – 1851) was de zoon van een hovenier uit Assen. Als tuinarchitect was hij, zoals al zijn collega's in die tijd, autodidact. Hij baseerde zijn tuinen op publicaties van tuinontwerpen in de moderne landschappelijke stijl, die in zijn jaren zeer modern en geliefd waren. Roodbaard gaf hieraan een eigen invulling. Kenmerkend voor zijn tuinen zijn de organische grillige (cel-)vormen van perken en vijvers. Ze werden zeer populair.



Het beste bewijs hiervoor is het grote aantal staten en buitens in Friesland met een Roodbaard-tuin, waaronder De Klinze, Staniastate en Oranjestein (bij Oranjewoud). De bekendste tuin van zijn hand is de Prinsentuin in Leeuwarden, waarvan de grond in 1819 door Koning Willem I aan de stad was geschonken. De gemeente betaalde 47 gulden voor het ontwerp dat Roodbaard samen met een collega maakte. Ruim tien jaar later, in 1831, kreeg hij 486 gulden voor zijn ontwerp voor de Algemene begraafplaats aan de Spanjaardslaan. Het ging hem goed. In 1832 kon Roodbaard een statig herenhuis in Leeuwarden kopen. Na zijn dood in 1851 werd hij op zijn 'eigen' begraafplaats in Leeuwarden begraven.

Veenklooster
Veenklooster heeft een vrijwel ongeschonden brink (dorpsplein). Het dorp heeft geen kerk. In de monumentale stolpboerderij in de kern van het dorp vindt u tegenwoordig een museum dat de geschiedenis van de landbouw en het dagelijks leven op het Friese platteland tussen 1850 en 1950 uit de doeken doet. Het in een bijgebouw van de boerderij gevestigde informatiecentrum De Munnik geeft uitleg over de historie en de structuur van het brinkdorp en zijn omgeving.

Aan de Kleasterwei staat het herenhuis “Villa Nova”, dat door de inwoners van Veenklooster 'het lytse slot' (het kleine slot) wordt genoemd. Het werd in 1870 gebouwd voor Anna Adriana van Halteren, de weduwe van baron van Heemstra. De voorgevel van het witte herenhuis doet sterk denken aan de voorgevel van Fogelsanghstate. In 1985 overleed de laatste adellijke bewoonster, Catharine Adeline van Welderen, baronesse Rengers. Het huis wordt nu deels bewoond en doet deels dienst als expositieruimte. U kunt hier onder meer een dia-serie over Fogelsanghstate bekijken.

Zandbulten
U vervolgt uw wandeling over de Hanenburch, die in Zandbulten overgaat in het Wyldpaed. Hieraan ligt nog een oud 'spultsje' uit 1912. Een spultsje is de Friese benaming voor een woning van het zogenaamde krimpjestype. In de Landarbeiderwet van 1918 worden ze 'plaatsjes' genoemd. Een spultsje bestaat uit een voorhuis met een tuitgevel en hoge zijwanden. De dakschilden lopen aan de achterzijde aan beide kanten door, waardoor een schuurruimte, ofwel 'krimpje', ontstaat. Hierin kon kleinvee worden gehouden of een koe. Maar krimpjes werden ook gebruikt als opslag voor akkerbouwproducten.