Wandelroute 38. Dijkhuisterweg

Afstand: 6 km
Duur: 1,25 uur
Ondergrond: De hele route loopt over verharde wegen km
Honden: Op openbare wegen zijn honden toegestaan
Geopend: januari t/m december

Bijzondere historische informatie
Archeologische vondsten wijzen op zeer oude bewoning van de mieden waardoor deze wandeling voert. Zo zijn aan de randen van pingoruïnes prehistorische werktuigen aangetroffen. Aan het eind van het pleistoceen (ongeveer 10.000 jaar geleden) werd het landschap echter zo nat dat het de mens verjoeg. Pas in de Middeleeuwen vestigden zich opnieuw mensen in het gebied. Maar droog was het nog steeds niet. Zo zou de nederzetting St. Gangolfus in de IJzermieden ten zuiden van de Dijkhuisterweg in de 14de eeuw verlaten zijn als gevolg van wateroverlast.

Landschapskarakteristiek
Deze wandeling voert door het miedenlandschap van de Noordelijke Friese Wouden. Ten zuiden van de Dijkhuisterweg liggen de IJzermieden, ten noorden de Buitenpostermieden. Beide maken deel uit van een groot Miedenproject, waarin onder meer Staatsbosbeheer samen met bewoners en deskundigen werkt aan een inrichtingsplan voor het gebied tussen ruwweg Zwaagwesteinde, Surhuisterveen en Buitenpost. De mieden liggen op de overgang van hoger gelegen elzensingellandschap naar de lager gelegen veen- en kleigebieden.

Het project ‘Cultuurhistorie, mens en natuur’ werkt aan de versterking van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de mieden. Voor de centrale mieden, waaronder de IJzer- en Buitenpostermieden, moet het inrichtingsplan er onder meer voor zorgen dat het karakteristieke verkavelingspatroon behouden blijft en dat petgaten door uitgraving weer zichtbaar worden in het landschap.

Begin- en eindpunt
De route begint in Buitenpost op de Alde Dyk ter hoogte van Oude Dijk 7. Via het centrum van Gerkesklooster loopt u naar het eindpunt in Stroobos bij het route knooppuntbord. Hier kunt u uw wandeling via route 8 in zuidelijke richting vervolgen naar Surhuisterveen of in noordelijke richting naar Visvliet. Via route 9 wandelt u terug naar Buitenpost. Wanneer u de route in omgekeerde volgorde aflegt, kunt u in Buitenpost verder met de routes 13 naar Kootstertille, 14 naar Kollum en 19 naar Zwaagwesteinde. De knooppunten van route 38 zijn: 41-61-23-58

Buitenpost
Tussen Groningen en Leeuwarden ligt Buitenpost. Buitenpost is een oud agrarisch wegdorp, dat tamelijk hoog gelegen is in het landschap. De ligging tussen de twee provinciehoofdsteden is vanouds van belang geweest voor dit (grens)dorp. In vroegere tijden heeft Buitenpost nogal wat te lijden gehad van de strijd tussen de Friezen en de Groningers. De naam verwijst naar buitenste wacht of voetbrug, die destijds post werden genoemd.

In de loop der tijd vestigden zich steeds meer voorname Friese families in Buitenpost. Rouwborden in de Nederlandse Hervormde Kerk herinneren daaraan. In de 19de eeuw begon het dorp voordeel te trekken uit de ligging tussen twee hoofdsteden. Het werd pleisterplaats voor de postwagens. Nadat in 1866 de spoorlijn tussen Groningen en Leeuwarden was geopend, verdwenen de paarden uit het dorpsgezicht. De directe omgeving van het station was een geliefde locatie van de notabelen die er prachtige huizen lieten bouwen.


Cultuurlandschap
De eerste permanente bewoners vestigden zich ongeveer 1000 jaar geleden in het miedengebied. In de vroege Middeleeuwen werd door inbraken vanuit de zee via de veenstroompjes de Oude Ried, de Lauwers en de Kleine Zwemmer zeeklei in het gebied afgezet. De eerste bepaalde in belangrijke mate de totstandkoming van cultuurlandschap in het miedengebied rond de Dijkhuisterweg. In de oude verkavelingspatronen is de stroom de Oude Ried nog terug te zien.

In de latere Middeleeuwen kwam de ontginning van het veengebied op gang. De stroompjes dienden daarbij als ontginningsas. De eerste bewoning was waarschijnlijk dicht bij de Oude Ried op plekken waar de zeeklei op het veen stevige ondergrond bood. De inversierug van de Alde Dyk markeert de oude bovenloop van de Ried. Het stroompje slibde in de loop der tijd echter steeds verder dicht. Wandelend over de Dijkhuisterweg volgt u nog wel het slingerende verloop van de Oude Ried. Waarschijnlijk in de Zandsloot ten westen van de Alde Dyk aangelegd als alternatief voor de natuurlijke afwatering via de Oude Ried toen deze dichtslibde. De ontsluiting van de mieden met paden, wegen en waterlopen is altijd bescheiden gebleven. De belangrijkste route van oost naar west was de Dijkhuisterweg. De IJzermieden zelf waren niet door paden ontsloten.

Stroobosser Trekvaart
De Stroobosser Trekvaart is aangelegd in 1654-1656. In de tweede helft van de 17de eeuw ging het Dokkum economisch niet voor de wind. Het stadsbestuur gaf opdracht een trekvaart te graven van Dokkum naar het huidige Prinses Margrietkanaal (toen nog Kolonelsdiep) in Gerkesklooster, in de hoop door een betere verbinding over het water met Groningen meer scheepvaartverkeer aan te trekken. Het project bleek echter te hoog gegrepen. Door de hoge kosten ging de stad Dokkum failliet. Het eigendom van de vaart kwam in handen van een aantal schuldeisers. Via tolhuizen aan de vaart probeerden zij hun investering terug verdienen.

Stroobosser Trekvaart

Gerkesklooster-Stroobos
Gerkesklooster-Stroobos is een tweelingdorp. De naam Stroobos zou voor het eerst zijn gebruikt in 1655, toen het Hoendiep werd gegraven en verwijzen naar de van stro gemaakte onderkomens van de arbeiders die het kanaal groeven. De naam Gerkesklooster gaat veel verder terug. Aanvankelijk heette het dorp, toen nog een nederzetting, Wigerathorp. De grootgrondbezitter Gercke Harkema uit Twijzel liet er in 1240 een klooster stichten door de monniken van klooster Klaarkamp, gelegen tussen Dokkum en Burdaard. Dit klooster, dat officieel Klooster Jeruzalem heette, werd in 1249 opgenomen in de Cisterciënzer orde. In de volksmond kreeg het de naam Gerckes’ klooster. Die naam ging over op de nederzetting. Het klooster werd in 1580 op last van de Friese State afgebroken. Alleen de brouwerij bleef bestaan. Die werd in 1629 in gebruik genomen als kerk.

Kerk Westergeest

Zuivelfabriek Welgelegen
Omdat vroeger veel vervoer over het water plaatsvond, werd op het kruispunt van het Prinses Margrietkanaal, de Stroobosser Trekvaart en het riviertje De Lauwers rond 1900 de zuivelfabriek Welgelegen opgericht. Het bleek al snel een goed lopend bedrijf. In vijf jaar tijd verdubbelde de hoeveelheid ontvangen melk.

Na 1950 was de melktoevoer opzienbarend. Dat kwam door de voortdurend groeiende leverantie per bedrijf, de noodgedwongen sluiting van vele particuliere zuivelfabrieken in de omgeving en de fusie met zuivelfabriek Grijpskerk en De Opdracht uit Opeinde. Door de fusie met Grijpskerk werd de naam van de fabriek gewijzigd in Twee Provinciën. Tegenwoordig draagt het de naam Frico Cheese en behoort de plaatselijke zuivelindustrie na de vele uitbreidingen tot een van de twee grootste van Friesland.